Rop Douwes

Mijn wieg stond in de vette Betuwse klei. Ik ben geboren op 29 juli 1946 in het dorpje Zetten. Een belangrijk deel van mijn kindertijd bracht ik door op het tropische eiland Aruba, waar mijn vader leraar was. Mijn middelbare schooltijd bracht ik deels door aan het Gemeentelijk Lyceum in Doetinchem. Daar bakte ik er niet veel van. Ik ben twee keer blijven zitten, werd om de haverklap de klas uitgestuurd en uiteindelijk voorgoed van school geschopt wegens een bomaanslag op de fiets van de scheikundeleraar (een koekje van eigen deeg dus). Aan de Rijks-HBS in mijn geboorteplaats heb ik met hangen en wurgen de derde klas afgerond, waarna ik door pa naar de Groen van Prinstererkweekschool in Doetinchem werd gestuurd. Mijn vader was daar directeur en kon me zo goed in de gaten houden, dacht-ie. Na het behalen van de hoofdakte werd ik benoemd tot onderwijzer in het Noord-Hollandse Oosthuizen. Pas daar besloot ik in de voetsporen van mijn ouweheer te treden. Ik studeerde Nederlands en biologie in Amsterdam en werd leraar in beide vakken in Krommenie. Het was in die tijd dat ik ben gaan schrijven, publiceren en corrigeren.

Omdat mijn vrouw na de dood van onze Sjefke (een grote beauceron) was gevallen op de basset hound rolden we in het bassetwereldje. Het duurde daarna niet lang of ik werd door Jeanette Hilbink geronseld (wie niet?) als redacteur en columnist voor The Nose.

Mijn taak is het corrigeren van alle teksten, het schrijven van columns, het componeren van de puzzel en zo nog het een en ander, hetgeen resulteert in een druk bezet leven. Maar omdat ik inmiddels de status van pensionado heb bereikt, gaat ’t me allemaal goed af.

Een computer gebruik ik uitsluitend als schrijfmachine, verder ga ik niet; ik ken m’n beperkingen. Als ik in m’n dooie eentje die Nose zou moeten maken zag hij eruit als een stapeltje A4’tjes met een nietje erdoorheen. Gelukkig verloopt de samenwerking met Yvonne – die wel kaas heeft gegeten van computers –  vlekkeloos en vriendschappelijk. Nooit hoeven we op elkaar te wachten.

Wat mij betreft ga ik nog jaren door met dit verdomd leuke werk.