De Basset Hound behoort tot de groep van lopende honden
of brakken. Dat wil zeggen, dat hij bij de jacht werd
gebruikt op klein wild, als konijnen, hazen, vossen e.d.
Hij dreef daarbij zelfstandig in meuteverband het wild
op en bracht het voor het geweer van de jager. Door de
bouw van de Basset Hound ontwikkelt hij een tempo,
waaraan het wild zich aanpast en de jager in staat stelt
te voet vaak door onbegaanbaar terrein, de meute te
volgen. Om de jager te laten weten, waar de meute en het
wild zich bevinden in laag struikgewas en bos, jagen de
Hounds onder luid geblaf ("hals geven"). Dit type jacht
kon lang duren, vandaar de naam "parforce" en stelde
hoge eisen aan het uithoudingsvermogen van de Basset
Hound, dat in een woord enorm genoemd kan worden. Naast
deze jacht werd de Basset Hound ingezet voor het
opsporen van aangeschoten dieren ("ziekgeschoten").